Werkwijze van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen

Werkwijze van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen tot afwikkeling van schade veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld en als gevolg van de gasopslag Norg, van 10 juni 2019.

De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (hierna: de Commissie)

Gelet op artikel 6 van het Besluit Mijnbouwschade Groningen van de minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de minister voor Rechtsbescherming, van 31 januari 2018 (Stcrt. 2018, nr. 6398 van 1 februari 2018, nadien gewijzigd),

Stelt de volgende werkwijze vast:

 

Artikel 1 (Aanvraag tot schadevergoeding) (artikel 2 Protocol jo artikel 11 Besluit, artikel 4:2 Awb)

1. Een aanvraag tot schadevergoeding als bedoeld in het Besluit Mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 (Stcrt. 2018, nr. 6398, nadien gewijzigd) en de daarbij behorende bijlagen, wordt ingediend bij de Commissie door middel van een door de Commissie vastgesteld formulier.

2. Schademeldingen die in de periode 31 maart 2017 (12:00) tot 19 maart 2018 zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen worden geacht een aanvraag tot schadevergoeding als bedoeld in deze werkwijze te zijn. (artikel 11 Besluit)

3. De aanvraag bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de aanvrager;

b. de datum;

c. de aard en het adres van het gebouw waarop het aanvraag betrekking heeft;

d. indien mogelijk, de datum of een inschatting van de datum waarop de schade is ontstaan;

e. een aanduiding van de oorzaak van de schade;

f. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade;

g. de inschatting van aanvrager of sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie;

h. indien van toepassing de melding dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt.

4. De aanvrager verschaft voorts de overige gegevens en bescheiden die voor het nemen van de beslissing op zijn aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

 

Artikel 2 (Ontvangst van de aanvraag) (artikel 4 en 6 Protocol)

1. De Commissie bevestigt binnen een week na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager de ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding. 

2. De Commissie stelt de aanvrager in kennis van de te volgen procedure en wijst een zaakbegeleider aan die de contactpersoon is voor de aanvrager. De zaakbegeleider heeft tot taak de aanvrager desgewenst extra uitleg en informatie te verschaffen.

 

Artikel 3 (Aanvulling van de aanvraag) (artikel 4 Protocol, artikel 4:2 jo artikel 4:5 Awb)

1. De Commissie verzoekt de aanvrager om aanvulling van gegevens en stukken, indien aanvulling nodig is voor de beslissing op de aanvraag en de aanvrager over de gegevens en stukken redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

2.  De Commissie stelt de aanvrager in de gelegenheid om de ontbrekende gegevens en stukken aan te leveren binnen een termijn van twee weken na verzending van de brief, waarin hem is verzocht de ontbrekende gegevens en stukken aan te leveren.

3. De Commissie kan beslissen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indien de door de aanvrager verstrekte gegevens en stukken onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag en de aanvrager niet heeft voldaan aan het verzoek om de aanvraag aan te vullen. 

 

Artikel 4 (Deskundigen) (artikel 5 Protocol)

1. De Commissie kan naar aanleiding van een aanvraag om schadevergoeding één of meerdere deskundigen benoemen om de Commissie van advies te dienen over de op de aanvraag te nemen beslissing.

2. De Commissie stelt de aanvrager in kennis van haar voornemen om één of meerdere deskundigen te benoemen.

3. De aanvrager kan binnen twee weken na verzending van de kennisgeving schriftelijk een zienswijze geven naar aanleiding van het voornemen om één of meerdere deskundigen te benoemen. De Commissie kan deze termijn van twee weken op verzoek van de aanvrager of ambtshalve verlengen.

4. Indien uit de zienswijze naar het oordeel van de Commissie blijkt dat de deskundige niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de Commissie stelt aan deskundigen of aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, wijst de Commissie een andere deskundige aan.

 

Artikel 5 (Besluit zonder onderzoek door deskundige)

De Commissie beslist op de aanvraag, zonder dat onderzoek is verricht door een deskundige als bedoeld in artikel 4, indien naar haar oordeel zodanig onderzoek niet nodig is om op de aanvraag te beslissen. 

 

Artikel 6 (Aannemersvariant)

1. De Commissie kan een aanvrager het aanbod doen om zijn aanvraag te behandelen volgens de aannemersvariant.

2. Als de aanvrager daarvoor kiest, neemt een aannemer de schade op. Vervolgens kan de Commissie aan een door haar benoemde deskundige advies vragen over de aard en omvang van de schade.

 

Artikel 7 (Advisering deskundigen)  (artikel 6 Protocol)

1. De deskundige neemt indien nodig de schade op en adviseert over de aard en omvang van de schade met het oog op de door de Commissie te maken beoordeling.

2. De deskundige stelt een onderzoek in naar:

a. de vraag of de door de aanvrager in zijn aanvraag gestelde schade kan worden aangemerkt als schade in de zin van artikel 1 van het Protocol mijnbouwschade Groningen in samenhang met artikel 1 van het Besluit mijnbouwschade Groningen;

b. de vraag of de schade als bedoeld onder a kan worden beschouwd als gevolg van beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg;

c. de vraag naar de omvang van de schade die als gevolg van de oorzaak bedoeld onder b kan worden beschouwd;

d. de vraag of anderszins in vergoeding van de gestelde schade is voorzien.

3. Bij zijn advisering neemt de deskundige de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht, die van overeenkomstige toepassing zijn, in acht. Dit geldt in het bijzonder voor de in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek neergelegde regel dat bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de exploitatie van het Groningenveld zou kunnen zijn, vermoed wordt schade te zijn die veroorzaakt is door dat mijnbouwwerk.

4. De deskundige adviseert de Commissie over de toe te kennen schadevergoeding. Het advies wordt toegezonden aan de Commissie. 

5. Indien het voor het uitbrengen van een advies noodzakelijk is dat meerdere deskundigen worden benoemd, kan de deskundige of kunnen de deskundigen de Commissie daarom verzoeken. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

6. Na ontvangst van het advies als bedoeld in lid 4, stelt de Commissie de aanvrager in de gelegenheid om binnen een termijn van twee weken, mondeling of schriftelijk, een toelichting te geven op zijn aanvraag en een zienswijze op het advies van de deskundige. De Commissie kan de termijn op verzoek van de aanvrager of ambtshalve verlengen.  

7. Wanneer het advies van de deskundige inhoudt dat de schade niet is veroorzaakt door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, kan de Commissie een of meerdere andere deskundigen verzoeken een tweede advies uit te brengen.

8. Indien dit noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen besluiten, kan de Commissie één of meerdere deskundigen om een tweede of nader advies vragen. Van het verzoek om een tweede of nader advies wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. De Commissie kan de aanvrager in de gelegenheid stellen binnen twee weken een zienswijze te geven op het tweede of nader advies. De Commissie kan de termijn op verzoek van de aanvrager of ambtshalve verlengen.  

  

Artikel 8 (Beslistermijn)

1. De Commissie neemt binnen vijftien maanden na de ontvangst van de aanvraag een besluit op de aanvraag.

2. De Commissie kan de in het eerste lid genoemde termijn verlengen.

 

Artikel 9 (Besluit van de Commissie) (artikel 7 Protocol)

1. De Commissie kan bepalen dat de toegekende schadevergoeding rechtstreeks wordt betaald aan degene die de schade herstelt. (art. 7 lid 3 Protocol)

2. De Commissie stelt in het besluit de vergoeding voor bijkomende kosten vast overeenkomstig bijlage 2 behorende bij artikel 7 lid 4 van het Protocol mijnbouwschade Groningen. 

 

Artikel 10 (Slotbepaling)

1. Deze werkwijze treedt in de plaats van de voorlopige werkwijze van 17 april 2018 en is van toepassing op aanvragen tot schadevergoeding waarop de Commissie nog geen besluit heeft genomen.

2. De aanvragen waarvoor conform de voorlopige werkwijze van 17 april 2018 na de oplevering van het adviesrapport een nieuwe beslistermijn is bepaald, worden conform de termijnen uit de voorlopige werkwijze afgehandeld.

3. De Commissie kan deze werkwijze aanvullen of wijzigen.

 

Toelichting

Het Besluit Mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 van de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister voor Rechtsbescherming bepaalt dat de Commissie haar eigen werkwijze vaststelt. De werkwijze is een interne werkinstructie, waarin de procedure voor de behandeling van aanvragen tot schadevergoeding is vastgelegd.

Deze werkwijze treedt in de plaats van de voorlopige werkwijze van 17 april 2018. Een wijziging ten opzichte van de voorlopige werkwijze is dat de verschillende advies- en beslistermijnen die in de voorlopige werkwijze waren opgenomen, zijn vervangen door één beslistermijn (zie ook de toelichting op artikel 8). Verder is de vereenvoudigde behandeling, die in de voorlopige werkwijze als aparte procedure was opgenomen, geschrapt. In de praktijk werd van deze procedure geen gebruikgemaakt. Nieuw is dat de aannemersvariant, die tot een versnelling van de afhandeling moet leiden, in de werkwijze een plaats heeft gevonden.

De Commissie heeft tot taak te beslissen over aanvragen tot schadevergoeding die in de periode van 31 maart 2017 (12:00) tot 19 maart 2018 bij het Centrum Veilig Wonen (hierna: CVW) zijn ingediend en de aanvragen die vanaf 19 maart 2018 bij de Commissie zijn ingediend. De schademeldingen bij het CVW verkeren in verschillende fases van afhandeling, van eerste fase van afhandeling tot en met een opnameverslag van de schade waarmee de schademelder soms wel en soms niet had ingestemd. Sinds 19 maart 2018 zijn bij de commissie nieuwe aanvragen ingediend.

Deze situatie vergt een voortvarende aanpak, waarbij tegelijkertijd de vereisten die voortvloeien uit een zorgvuldige besluitvorming niet uit het oog mogen worden verloren. Bij de inrichting van de procedure sluit de Commissie aan bij nadeelcompensatieregelingen voor grote (infrastructurele) projecten die op Rijksniveau zijn vastgesteld: de Verordening Schadeschap luchthaven Schiphol en de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014. Onder beide nadeelcompensatieregelingen is door de overheid ruime ervaring opgedaan met de afhandeling van grote aantallen aanvragen om schadevergoeding van burgers, via een laagdrempelige, zorgvuldige procedure waarbij een onafhankelijke en onpartijdige beoordeling van de schade voorop staat en waarbij steeds aan de aanvrager gelegenheid wordt geboden zijn zienswijze te geven. Deze procedures zijn aanvaard in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.  

In een beperkt aantal gevallen kan de Commissie beslissen zonder onderzoek door een deskundige, bijvoorbeeld omdat in het dossier voldoende gegevens aanwezig zijn om de aanvraag te beoordelen en om een beslissing voor te bereiden. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de aanvraag kennelijk ongegrond is en er geen schadebegroting nodig is (zie art. 5).

In veel gevallen zal onderzoek door een deskundige noodzakelijk zijn, omdat een schadebegroting moet worden opgesteld. Het uitgangspunt voor de afhandeling van aanvragen, is dat één deskundige wordt benoemd, die binnen een korte termijn zijn advies kan opstellen. De deskundige kan echter tot de conclusie komen dat een schadeopname niet noodzakelijk is, bijvoorbeeld in situaties waarin reeds een geaccordeerd opnamerapport in het dossier aanwezig is en er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden. 

Om de afhandeling van aanvragen te versnellen, heeft de Commissie een ‘aannemersvariant’ geïntroduceerd. Als een aanvraag volgens deze variant wordt behandeld, neemt een aannemer de schade op. Vervolgens kan de Commissie aan een door haar benoemde deskundige advies vragen over de aard en omvang van de schade.

Aan de aanvrager wordt in beginsel steeds de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen, zowel op de benoeming van de persoon van de deskundige, als op het advies van de deskundige. Deze zienswijze kan schriftelijk worden ingediend, maar de aanvrager kan er ook voor kiezen om de zienswijze mondeling naar voren te brengen. De Commissie betrekt de zienswijze bij de beoordeling van de aanvraag. De aanvrager kan vragen om een verlenging van de termijn voor het geven van de zienswijze.

Blijkt tijdens het onderzoek door de deskundige of bij de besluitvorming van de Commissie dat een zorgvuldige voorbereiding van de beslissing op de aanvraag meer tijd vergt, bijvoorbeeld omdat een aanvrager meer tijd nodig heeft voor de zienswijze, of omdat naar aanleiding van de zienswijze van de aanvrager nader onderzoek door een (andere) deskundige nodig is, dan voorziet de procedure daarin. 

Voor de benoeming van meerdere deskundigen kan gelijk al worden gekozen, wanneer de beoordeling van de aanvraag dit noodzakelijk maakt.

 

Artikelen

Artikel 1

Het artikel gaat ervan uit dat het in behandeling nemen van de aanvraag niet met formele voorschriften wordt omkleed en dat na het in behandeling nemen (waarvan de aanvrager bij brief de bevestiging ontvangt) de contacten informeel zijn. 

Artikel 1 lid 3 betreft gegevens die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag. Deze bepaling is relevant voor de schademeldingen die vanaf 31 maart 2017 (12:00) zijn voorgelegd aan het CVW. Deze schademeldingen worden van rechtswege aangemerkt als een aanvraag op grond van het Besluit, terwijl geen aanvraagformulier is ingediend. Wanneer er gegevens ontbreken die wel noodzakelijk zijn voor de beslissing op de aanvraag, wordt aan de aanvrager de gelegenheid geboden om de aanvraag binnen een door de Commissie gestelde (redelijke) termijn aan te vullen (vgl. art. 4:2 jo art. 4:5 Awb). Het moet gaan om gegevens en stukken waarover de aanvrager redelijkerwijs kan beschikken.

Het derde lid komt overeen met art. 4:2 Awb. Deze bepaling is nodig, omdat tijdens de behandeling van de aanvraag kan blijken dat aanvullende gegevens of bescheiden nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag. De Commissie verzoekt de aanvrager de benodigde ontbrekende gegevens en stukken aan te leveren.

 

Artikel 2

De aanvrager krijgt een zaakbegeleider toegewezen, die voor de aanvrager de contactpersoon is binnen de organisatie van de Commissie (zie art. 4 lid 1 Protocol). De zaakbegeleider verschaft desgewenst extra uitleg en informatie aan de aanvrager. 

De aanvrager kan ook al eerder, voordat hij een zaakbegeleider krijgt toegewezen, bellen om hulp  te vragen bij het invullen van het aanvraagformulier. Om deze reden acht de Commissie het in beginsel niet noodzakelijk dat de aanvrager juridische of deskundige bijstand inschakelt voor het indienen van een aanvraag.

Dit komt overeen met de rechtspraak over op dit punt vergelijkbare regelingen, waar ervan wordt uit gegaan dat de kosten die de aanvrager met betrekking tot de indiening van de aanvraag heeft gemaakt in de regel niet voor vergoeding in aanmerking komen. De aanvrager kan immers weten dat het bestuursorgaan (in dit geval de Commissie), verplicht is advies te vragen aan een onafhankelijke deskundige. Daarom wordt het in de rechtspraak niet redelijk geacht dat de aanvrager, zonder dat advies af te wachten, een eigen adviseur inschakelt.  

 

Artikel 3 

Uitgangspunt is dat aan de aanvrager op ruimhartige en coulante wijze de gelegenheid wordt geboden om, desgewenst met behulp van een zaakbegeleider, de aanvraag in te vullen en zo nodig de ontbrekende gegevens aan te vullen.

 

Artikel 4  

De aanwijzing van de deskundige geschiedt met betrokkenheid van de aanvrager. Hij kan bezwaren tegen de deskundige inbrengen, bijvoorbeeld omdat deze niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de Commissie stelt, of naar de mening van de aanvrager niet voldoet aan de eisen van onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Uiteindelijk beslist de Commissie over de aanwijzing van de deskundige omdat een geschil over de deskundige de procedure ernstig kan vertragen.

 

Artikel 5

Wanneer het dossier voldoende gegevens bevat om de aanvraag te beoordelen, kan de Commissie besluiten om zonder deskundigenonderzoek de beschikking voor te bereiden. Het gaat bijvoorbeeld om aanvragen die louter niet-vermogensschade betreffen of aanvragen die schade betreffen die beweerdelijk is veroorzaakt door mijnbouw in Limburg. Deze aanvragen worden zonder deskundigenonderzoek afgewezen.

 

Artikel 6

Om de afhandeling van aanvragen te versnellen, heeft de Commissie besloten om een ‘aannemersvariant’ te introduceren. Als een aanvraag volgens deze variant wordt behandeld, neemt een aannemer de schade op. Vervolgens kan de Commissie aan een door haar benoemde deskundige advies vragen over de aard en omvang van de schade. Daarna wordt het reguliere schadeproces doorlopen. Dat betekent dat de aanvrager het schaderapport krijgt toegezonden en de gelegenheid krijgt om daarover een zienswijze uit te brengen.

Op dit moment wordt gewerkt met door de Commissie geselecteerde aannemers. De bedoeling is dat in de toekomst ook een variant wordt geïntroduceerd waarbij de aanvrager zijn eigen aannemer kiest.

De Commissie selecteert de aanvragen die voor de aannemersvariant in aanmerking komen. Deelname aan de aannemersvariant is vrijwillig. Als de Commissie de aanvrager het aanbod doet om zijn aanvraag volgens de aannemersvariant te behandelen, maar de aanvrager de voorkeur geeft aan de reguliere procedure, wordt de reguliere procedure gevolgd.

 

Artikel 7

Artikel 7 bevat de procedure en werkwijze van deskundigen in gevallen waarin een zorgvuldige beoordeling van een schade uitgebreid onderzoek vereist. In die gevallen kan de Commissie één of meerdere deskundigen benoemen. Het kan zijn dat de inzet van een of meerdere deskundigen met een bijzondere expertise noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen, bijvoorbeeld in gevallen van schade aan een monument.

Het advies wordt toegezonden aan de Commissie, die de aanvrager in de gelegenheid stelt een zienswijze te geven. De aanvrager kan de zienswijze schriftelijk geven maar kan er ook voor kiezen de zienswijze mondeling bij de zaakbegeleider naar voren te brengen.

Wanneer de deskundige in het advies tot de conclusie komt dat er geen sprake is van een causaal verband, kan de Commissie een andere deskundige om een tweede advies vragen. Dit betekent dat de aanvrager geen kosten hoeft te maken om zelf een second-opinion vast te laten stellen.

 

Artikel 8

Een beschikking op een aanvraag dient gegeven te worden binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, als zo’n termijn ontbreekt, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag (artikel 4:13, eerste lid, van de Awb). Voor aanvragen op grond van het Besluit mijnbouwschade Groningen is geen termijn gesteld. In principe geldt dan de redelijke termijn van acht weken (artikel 4:13, tweede lid, van de Awb), tenzij het bestuursorgaan gebruikmaakt van de mogelijkheid om een andere zo kort mogelijke termijn aan te geven (artikel 4:14, eerste lid, van de Awb).

De Commissie stuurt aanvragers na ontvangst van de aanvraag een brief, waarin zij de beslistermijn op vijftien maanden stelt. De termijn van vijftien maanden is gebaseerd op de inschatting dat:

  • - binnen zes maanden na de ontvangst van de aanvraag een deskundige kan worden benoemd;
  • - de deskundige vervolgens binnen zes maanden een advies kan uitbrengen; en
  • - als er geen nader advies van de deskundige vereist is, vervolgens binnen drie maanden op de aanvraag kan worden besloten.

De termijnen zijn gebaseerd op de gebruikelijke termijnen in de nadeelcompensatieregelingen van de Verordening Schadeschap luchthaven Schiphol en Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014. Hoewel de aard van de schade anders is, zijn er bij de afhandeling van schadeclaims ten gevolge van de gaswinning in Groningen complexe elementen die een ruime beslistermijn noodzakelijk maken.

In de voorlopige werkwijze van 17 april 2018 waren de hiervoor genoemde termijnen van zes maanden voor het benoemen van een deskundige, zes maanden voor het uitbrengen van een advies en drie maanden voor het nemen van de beslissing als afzonderlijke termijnen opgenomen. In de praktijk bleek dit voor verwarring te zorgen, omdat niet duidelijk was hoe deze termijnen zich verhielden tot de in de ontvangstbevestigingsbrief genoemde beslistermijn van vijftien maanden. In deze werkwijze zijn de genoemde termijnen daarom geschrapt. In artikel 8 is verduidelijkt dat voor de afhandeling van de aanvragen een beslistermijn van vijftien maanden geldt.

De beslistermijn van vijftien maanden kan, als dat nodig is, worden verlengd. In de praktijk is gebleken dat het door het grote aantal aanvragen dat moet worden afgehandeld, niet altijd mogelijk is om binnen de beslistermijn van 15 maanden een besluit te nemen op de aanvraag.

 

Artikel 9

Lid 1: Het Protocol voorziet in de mogelijkheid dat de toe te kennen schadevergoeding op verzoek van de aanvrager rechtstreeks aan de aannemer wordt betaald. Daarmee wordt de aanvrager “ontzorgd”.

De Commissie stelt de vergoeding voor bijkomende kosten vast, overeenkomstig bijlage 2, behorende artikel 7 lid 4 van het Protocol.

 

Artikel 10

Deze werkwijze vervangt de voorlopige werkwijze van 17 april 2018. De nieuwe werkwijze is van toepassing op alle nieuwe en op de in behandeling zijnde aanvragen. Dat is mogelijk omdat de nieuwe werkwijze geen principiële wijzigingen bevat ten opzichte van de voorlopige werkwijze, maar slechts vereenvoudigingen van het regelgevende kader.

 

Op de regel dat de in behandeling zijnde aanvragen conform nieuwe werkwijze worden behandeld, geldt één uitzondering. Onder de voorlopige werkwijze werden na de oplevering van het adviesrapport, bijvoorbeeld als de deskundige om nader advies werd gevraagd, nieuwe advies- en beslistermijnen aan de aanvrager gecommuniceerd. De dossiers waarin dat is gebeurd, worden conform de termijnen uit de voorlopige werkwijze afgehandeld.

 

De werkwijze kan worden gewijzigd of aangevuld. De Commissie heeft onlangs versnellingsmaatregelen bekendgemaakt, waaronder een maatregel om het huidige stuwmeer aan verzoeken om schadevergoeding op korte termijn af te handelen. De besluitvorming over deze maatregelen is op dit moment nog niet afgerond. De maatregelen zullen mogelijk tot aanpassing van deze werkwijze leiden.

 

Groningen, 10 juni 2019