Schade en geografische afstand

Als mijn huis boven het Groningenveld staat, krijg ik dan altijd schade vergoed? En wat als ik op twintig kilometer van Huizinge woon? Er is geen standaardantwoord voor dit soort individuele situaties. Maar in algemene zin is er wel meer te laten zien en te zeggen over de relatie tussen de schade en de geografische afstand tot het Groningenveld.

Wettelijk bewijsvermoeden

In dit verhaal gaan we dus vooral in op de vraag in hoeverre de geografische afstand een rol speelt bij de beoordeling van de schade. We hanteren daarbij het wettelijk bewijsvermoeden als uitgangspunt. Een handig hulpmiddel daarbij is de beslisboom die u krijgt als u hierop klikt. Er staan twee criteria in beschreven hoe het wettelijk bewijsvermoeden toe te passen in relatie tot de locatie van een gebouw of werk. En daarmee dus de afstand tot het Groningenveld, de gasopslag Norg of een eventuele aardbeving die plaatsvond in het Groningenveld of de gasopslag Norg.

KNMI_new_Effectgebied_Huizinge_Zeerijp%203.jpgBekijk hier het kaartje in een groter formaat (pdf)

Twee criteria voor de toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden

Ter illustratie laat deze kaart het Groningengasveld zien en de gasopslag Norg. Er omheen is een oranje gebied aangegeven van zes kilometer. Dit is de weergave van het eerste beoordelingscriterium. Daarbinnen is het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing. Het tweede beoordelingscriterium kan niet met één gebied op de kaart worden weergegeven aangezien er gerekend kan worden met de invloed van meerdere bevingen. En in elk individueel geval dient te worden vastgesteld of een gebouw of werk gelegen is op een plek waar de trillingssterkte dan voldoet aan de grenswaarde van 2mm/s met 1 procent overschrijdingskans van één of meerdere bevingen. Daarbinnen is het wettelijk bewijsvermoeden in principe ook van toepassing.

Zeerijp en Huizinge volgens het tweede criterium

De lichtpaarse cirkel toont – daarom ter illustratie - aan tot waar er sprake zou kunnen zijn van een trillingssterkte met een grenswaarde van 2 mm/s met 1 procent overschrijdingskans voor de beving bij Zeerijp van januari 2018. De lichtgroene cirkel toont eenzelfde soort uiterste grens voor de beving van Huizinge van augustus 2012.

1 procent overschrijdingskans

Wat wil die 1 procent overschrijdingskans nu zeggen? Het zegt onder andere iets over het aantal gevallen waarin schade zou kunnen optreden op een nog grotere afstand. En dat aantal is dan naar verwachting kleiner dan 1 op het totaal aantal gebouwen dat op een grotere afstand is gelegen. Om te komen tot deze 1 procent overschrijdingskans is rekening gehouden met de locatie van het epicentrum van de beving, de bepaling van de magnitude van de beving, de ongelijkmatige uitstraling van de trillingen rondom het epicentrum, onzekerheden in de opbouw van de bodem en onzekerheden in het gehanteerde model.

Leeftijd woning

Maar de verleiding is groot alsnog te snel conclusies te trekken. Of uw gebouw of werk voldoet aan het 2e criterium moet worden getoetst aan de opgetreden bevingen met een epicentrum in het Groningenveld:

  • Sinds datum bouw gebouw of werk (of)
  • Sinds datum overdracht gebouw of werk (afhankelijk van cessie van de schade) (of)
  • Sinds datum vorige schademelding

Eenvoudig gezegd kan voor een woning uit 2014 niet worden gerekend met de grote beving van Huizinge uit 2012 bijvoorbeeld.

Wat is hiermee geïllustreerd?

Er is met dit kaartje vooral geïllustreerd hoe de reikwijdte kan zijn van het wettelijk bewijsvermoeden bij toepassing van de criteria van het beoordelingskader. En daarbij hebben we geprobeerd uit te leggen op welke manier er vervolgens in individuele gevallen mee kan worden omgegaan. Als is voldaan aan het geografische criterium voor toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden is een belangrijke vraag omtrent causaliteit beantwoord.

Fout KNMI-gegevens (update)

UPDATE: In februari maakte het KNMI bekend verkeerde gegevens te hebben gebruikt bij het meten van de trillingen van aardbevingen. Een deel van de KNMI-gegevens wordt gebruikt voor de berekening van het effectgebied door TCMG in individuele gevallen. Zoals op deze plek ook aangekondigd, was de verwachting dat na correctie van de gegevens, sprake zal zijn van hooguit marginale verschillen in de reikwijdte van de effectgebieden bij gebruik van de gecorrigeerde gegevens (ordegrootte plus of min een kilometer). Dit blijkt inderdaad het geval. Het effectgebied van de zwaarste bevingen, die van Huizinge (2012) en Zeerijp (2018), is inderdaad beperkter van omvang. Voor Huizinge is het effectgebied niet 35,8 km, maar 35,05 km. gebleken. Voor Zeerijp is het effectgebied niet 26,6 km., maar 26,2 km. gebleken. Het effectgebied van kleinere bevingen met een magnitude tot 2,6 op de schaal van Richter is overigens licht gestegen tot 100 meter extra.