Voorlopige werkwijze van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen

Voorlopige werkwijze van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, vooruitlopend op een volledige werkwijze tot afwikkeling van mijnbouwschade als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld en als gevolg van de gasopslag Norg, van 17 april 2018.

De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (hierna: de Commissie)

Overwegende dat het wenselijk is om vooruitlopend op een volledige werkwijze een voorlopige werkwijze vast te stellen om aanvragen tot schadevergoeding te behandelen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg,

Gelet op artikel 13 van het Besluit Mijnbouwschade Groningen van de minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de minister voor Rechtsbescherming, van 31 januari 2018 (Stcrt. 2018, nr. 6398 van 1 februari 2018),

Stelt de volgende voorlopige werkwijze vast:

 

Artikel 1 (Aanvraag tot schadevergoeding) (artikel 2 jo artikel 11 Besluit, artikel 4:2 Awb)

1. Een aanvraag tot schadevergoeding als bedoeld in het Besluit Mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 (Stcrt. 2018, nr. 6398) en de daarbij behorende bijlagen wordt ingediend bij de Commissie door middel van een door de Commissie vastgesteld formulier.

2. Schademeldingen die in de periode 31 maart 2017 (12:00) tot 19 maart 2018 zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen worden geacht een aanvraag tot schadevergoeding als bedoeld in deze werkwijze te zijn. (artikel 11 Besluit)

3. De aanvraag bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de aanvrager;

b. de datum;

c. de aard en het adres van het gebouw waarop het aanvraag betrekking heeft;

d. indien mogelijk, de datum of een inschatting van de datum waarop de schade is ontstaan;

e. een aanduiding van de oorzaak van de schade;

f. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade;

g. de inschatting van aanvrager of sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie;

h. indien van toepassing de melding dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt.

4. De aanvrager verschaft voorts de overige gegevens en bescheiden die voor het nemen van de beslissing op zijn aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

 

Artikel 2 (Ontvangst van de aanvraag) (artikel 4 en 6 Protocol)

1. De Commissie bevestigt binnen een week na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager de ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding. 

2. De Commissie stelt de aanvrager in kennis van de te volgen procedure en wijst een zaakbegeleider aan die de contactpersoon is voor de aanvrager. De zaakbegeleider heeft tot taak de aanvrager desgewenst extra uitleg en informatie te verschaffen.

 

Artikel 3 (aanvulling van de aanvraag) (artikel 4 Protocol, artikel 4:2 jo artikel 4:5 Awb)

1. De Commissie verzoekt de aanvrager om aanvulling van gegevens en stukken, indien aanvulling nodig is voor de beslissing op de aanvraag en de aanvrager over de gegevens en stukken redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

2.  De Commissie stelt de aanvrager in de gelegenheid om de ontbrekende gegevens en stukken aan te leveren binnen een termijn van twee weken na verzending van de brief, waarin hem is verzocht de ontbrekende gegevens en stukken aan te leveren.

3. De Commissie kan beslissen om de aanvraag niet in behandeling te nemen indien de door de aanvrager verstrekte gegevens en stukken onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag en de aanvrager niet heeft voldaan aan het verzoek om de aanvraag aan te vullen. 

 

Artikel 4 (Deskundigen) (artikel 5 protocol)

1. De Commissie kan naar aanleiding van een aanvraag om schadevergoeding één of meerdere deskundigen benoemen om de Commissie van advies te dienen over de op de aanvraag te nemen beslissing.

2. De deskundige of deskundigen worden benoemd binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 

3. De Commissie stelt de aanvrager in kennis van zijn voornemen om één of meerdere deskundigen te benoemen.

4. De aanvrager kan binnen twee weken na verzending van de kennisgeving schriftelijk een zienswijze geven naar aanleiding van het voornemen om één of meerdere deskundigen te benoemen.

5. Indien uit de zienswijze naar het oordeel van de Commissie blijkt dat de deskundige niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de Commissie stelt aan deskundigen of aan de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid, wijst de Commissie een andere deskundige aan.

 

Artikel 5 (besluit zonder onderzoek door deskundige)

De Commissie beslist op de aanvraag, zonder dat onderzoek is verricht door een deskundige als bedoeld in artikel 4, indien naar haar oordeel zodanig onderzoek niet nodig is om op de aanvraag te beslissen. 

 

Artikel 6 (kwaliteitseisen deskundige) (artikel 6 lid 5 Protocol)

De te benoemen deskundige is een voor deze schades door de Stichting NIVRE calamiteiten en projecten aangewezen deskundige.

 

Artikel 7 (advisering deskundigen)  (artikel 6 Protocol)

1. De deskundige neemt de schade op en adviseert over de aard en omvang van de schade in het licht van de door de Commissie te maken beoordeling.

2. De deskundige stelt een onderzoek in naar:

a. De vraag of de door de aanvrager in zijn aanvraag gestelde schade kan worden aangemerkt als schade in de zin van artikel 1 van het Protocol mijnbouwschade Groningen in samenhang met artikel 1 van het Besluit mijnbouwschade Groningen.

b. De vraag of de schade als bedoeld onder a kan worden beschouwd als gevolg van beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg;

c. De vraag naar de omvang van de schade die als gevolg van de oorzaak bedoeld onder b kan worden beschouwd;

d. De vraag of anderszins in vergoeding van de gestelde schade is voorzien.

3. Bij zijn advisering neemt de deskundige de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht, die van overeenkomstige toepassing zijn, in acht. Dit geldt in het bijzonder voor de in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek neergelegde regel dat bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de exploitatie van het Groningenveld zou kunnen zijn, vermoed wordt schade te zijn die veroorzaakt is door dat mijnbouwwerk.

4. De deskundige brengt binnen een termijn van zes maanden na de aanwijzing, of zoveel eerder als redelijkerwijs mogelijk is, een advies uit over zijn bevindingen. De deskundige adviseert de Commissie over de toe te kennen schadevergoeding. Het advies wordt toegezonden aan de Commissie. 

5. Indien de deskundige binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen advies kan uitbrengen, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van de reden(en). De Commissie kan de termijn met ten hoogste zes maanden verlengen.

6. Indien het voor het uitbrengen van een advies noodzakelijk is dat meerdere deskundigen worden benoemd, kan de deskundige of kunnen de deskundigen de Commissie daarom verzoeken. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

7. Na ontvangst van het advies als bedoeld in lid 4, stelt de Commissie de aanvrager in de gelegenheid om binnen een termijn van twee weken, mondeling of schriftelijk, een toelichting te geven op zijn aanvraag en een zienswijze op het advies van de deskundige. De termijn kan op verzoek van de aanvrager door de Commissie worden verlengd.  

8. Wanneer het advies van de deskundige inhoudt dat de schade niet is veroorzaakt door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, kan de Commissie een of meerdere andere deskundigen verzoeken een tweede advies uit te brengen. Artikel 9, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 8 (vereenvoudigde behandeling van de aanvraag) (artikel 6 protocol)

1. Deze bepaling geldt voor de behandeling van aanvragen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a. de gevraagde vergoeding bedraagt ten hoogste 10.000 euro;

b. het betreft schade aan een woonhuis, of een daarmee naar het oordeel van de Commissie voor wat betreft de toepassing van dit artikel gelijk te stellen gebouw, bouwwerk of werk;

c. er is geen nauwe samenhang tussen de in de aanvraag gestelde schade met eerdere, niet afgewikkelde schades; 

d. geen van de in artikel 7, tweede lid, geformuleerde vragen vereist diepgaand onderzoek 

2. Indien naar het oordeel van de Commissie onderzoek door een deskundige nodig is om op de aanvraag te beslissen, benoemt de Commissie één deskundige om de Commissie van advies te dienen over de op de aanvraag te nemen beslissing. Artikel 4, tweede tot en met vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

3. Indien de deskundige tot de bevinding komt dat een opname ter plaatse achterwege kan blijven, kan de deskundige daarvan afzien en kan de deskundige adviseren zonder dat een opname ter plaatse heeft plaatsgevonden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in gevallen waarin de aanvraag voldoende gegevens bevat om daarop een deugdelijk advies te baseren. 

4. Artikel 7, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het advies kan worden volstaan met een summiere motivering. 

5. De deskundige brengt binnen een termijn van twee weken na de schadeopname een advies uit. Het advies wordt toegezonden aan de Commissie. Artikel 7, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

6. Indien de deskundige tot de bevinding komt dat de aanvraag om schadevergoeding niet aan één of meer van de in het eerste lid, onder a tot en met d, genoemde voorwaarden voldoet, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee. Artikel 7, vijfde tot en met achtste lid is van overeenkomstige toepassing.

7. Artikel 9, tweede tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 9 (besluit van de Commissie) (artikel 7 protocol)

1. Indien de Commissie beslist op de aanvraag zonder dat onderzoek is verricht door een deskundige, wordt het besluit bekend gemaakt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. De Commissie kan deze termijn éénmaal met ten hoogste twaalf weken verlengen. De Commissie stelt de verzoeker daarvan schriftelijk in kennis, onder opgaaf van redenen.

2. Wanneer ter voorbereiding van de beslissing onderzoek is verricht door een deskundige, beslist de Commissie op de aanvraag uiterlijk twaalf weken na de ontvangst van het advies. Zij kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. De beslissing tot verlenging wordt schriftelijk aan de verzoeker medegedeeld, onder opgaaf van redenen.

3. Indien dit noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen besluiten, kan de Commissie binnen twaalf weken na de verzending van het advies één of meerdere deskundigen om een tweede advies vragen. Van het verzoek om een tweede advies wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

4. De deskundige stelt het tweede advies vast binnen zes weken na verzending van de opdracht om te adviseren. De Commissie kan deze termijn eenmaal, op verzoek van de deskundige, met ten hoogste zes weken verlengen. Artikel 7, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

5. De Commissie beslist uiterlijk zes weken na de verzending van het tweede advies op de aanvraag. Zij kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Van de beslissing tot verlenging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

6. De Commissie kan bepalen dat de toegekende schadevergoeding rechtstreeks wordt betaald aan degenen die de schade herstelt. (art. 7 lid 3 protocol)

7. De Commissie stelt in het besluit de vergoeding voor bijkomende kosten vast overeenkomstig bijlage 2 behorende bij artikel 7 lid 4 van het protocol mijnbouwschade Groningen. 

8. De Commissie kan een bouwkundige opname laten verrichten, tenzij voor de woning al eerder een bouwkundige opname is gedaan. (art, 8 protocol)

9. De Commissie stelt onder deze voorlopige werkwijze bij toekenning van de vergoeding van mijnbouwschade niet de voorwaarde van overdracht van de vordering van de aanvrager op de vergunninghouder. (art. 7 lid 5 protocol) 

 

Artikel 10 (slotbepaling)

1. Deze voorlopige werkwijze vervalt met ingang van de dag dat de volledige werkwijze van de Commissie in werking treedt.

2. Deze voorlopige werkwijze blijft van toepassing op schades die met toepassing van deze voorlopige werkwijze in behandeling zijn genomen.

3. De Commissie kan deze voorlopige werkwijze aanvullen of wijzigen.

 

Toelichting

 

Het Besluit Mijnbouwschade Groningen van 31 januari 2018 van de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister voor Rechtsbescherming voorziet in de mogelijkheid een voorlopige werkwijze vast te stellen om aanvragen tot schadevergoeding te behandelen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.

Met deze voorlopige werkwijze kan de afwikkeling van schades volgens het model van het Besluit van 31 januari 2018 op korte termijn ter hand worden genomen. Kenmerk van dit model is een bestuursrechtelijke procedure van afhandeling van mijnbouwschades volgens het besluit-model van de Awb, met toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.

De Commissie heeft tot taak te beslissen over aanvragen tot schadevergoeding die in de periode van 31 maart 2017 (12:00) tot 19 maart 2018 bij het Centrum Veilig Wonen (hierna: CVW) zijn ingediend en de aanvragen die vanaf 19 maart 2018 bij de Commissie zijn ingediend. De schademeldingen bij het CVW verkeren in verschillende fases van afhandeling, van eerste fase van afhandeling tot en met een opnameverslag van de schade waarmee de schademelder soms wel en soms niet had ingestemd. Sinds 19 maart 2018 zijn bij de commissie nieuwe aanvragen ingediend. In totaal gaat het nu om zo’n 13.000 aanvragen waarvoor de Commissie bevoegd is. Dit aantal maakt het noodzakelijk dat de Commissie op heel korte termijn de schadeafhandeling ter hand neemt.

Voor de afhandeling van de aanvragen die onder de voorlopige werkwijze vallen, dat wil zeggen, aanvragen waarbij het causaal verband eenvoudig is vast te stellen,  worden twee verschillende procedures vastgesteld.

De eerste is de reguliere procedure, waarin de Commissie één of meerdere deskundigen kan  inschakelen en waarin een uitgebreider onderzoek door deskundigen nodig is ter voorbereiding van de beslissing op de aanvraag. De tweede is een procedure voor aanvragen die in aanmerking komen voor een vereenvoudigde behandeling. 

Voor een vereenvoudigde behandeling komen de volgende gevallen in aanmerking: het moet gaan om schades aan woonhuizen die ten hoogste 10.000 euro, waar niet de problematiek van oude, nog niet afgewikkelde schades speelt. In deze gevallen is naar geen van de in artikel 7, tweede lid genoemde vragen diepgaand onderzoek door een deskundige vereist en kan worden volstaan met een summiere motivering. De Commissie kan de procedure voor een vereenvoudigde behandeling ook toepassen op schade aan werken of andere bouwwerken dan woonhuizen die aan de overige voorwaarden voldoen. De aard van deze schades rechtvaardigt dat bepaalde onderdelen van het besluit niet of niet altijd gelden. Naar verwachting leent zo’n 80% van de nu bij de Commissie liggende aanvragen zich voor deze werkwijze die een vereenvoudigde afhandeling  mogelijk maakt.

De grens voor de vereenvoudigde afhandeling is om de volgende redenen op 10.000 euro gesteld. 

* Uit een verkenning van de schade experts van het NIVRE is gebleken dat de taxaties van de verschillende deskundigen bij schadebedragen die ten hoogste 10.000 euro bedragen, tamelijk uniform zijn.  Schades die ten hoogste € 10.000,== bedragen, betreffen meestal enkelvoudige schades, bijvoorbeeld een scheur in een muur, die overzienbare reparaties vereisen. De onafhankelijke deskundigen die door de Commissie worden ingeschakeld, hebben veel ervaring met het afwikkelen van dit type schades, zodat deze deskundigen geen uitbreid onderzoek hoeven te doen.

* Schades, die groter zijn dan € 10.000,-- zijn meestal meervoudig (bijvoorbeeld fundatie herstel en schade aan de muur, met alle gevolg schade die daardoor veroorzaakt wordt. Dit type schades vereisen een bredere expertise, en hiervoor worden meestal meerdere technische experts ingeschakeld. Dit type schade vereist een uitgebreider onderzoek, waarvoor meer tijd nodig is. In sommige gevallen zullen bijvoorbeeld meerdere bezoeken op locatie nodig zijn.

Benadrukt wordt, dat het verschil in afhandeling tussen de typen schades louter de procedure betreft: in het eerste geval is het deskundigenonderzoek eenvoudiger en minder tijdrovend, in het tweede geval is het deskundigenonderzoek complexer, uitgebreider en is meer tijd vereist. Indien mogelijk, kunnen in de definitieve werkwijze ook hogere schades vereenvoudigd worden afgehandeld.

Opgemerkt wordt, dat ook in de gevallen die volgens de reguliere procedure als bedoeld in art.7 van de voorlopige werkwijze worden afgehandeld, eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg. Zoals hiervoor uiteen is gezet, kan er om andere redenen toch een uitgebreider onderzoek of een onderzoek door meerdere deskundigen noodzakelijk zijn. Het kan zijn dat uitgebreider onderzoek nodig is naar de omvang van de schade en/of de vervolgschade of naar de samenhang met eerdere nog niet afgehandelde schademeldingen. Het kan ook zijn dat de aard van het object uitgebreider onderzoek vereist door een deskundige die over een bijzondere expertise beschikt, te denken valt  bijvoorbeeld aan schade aan een monument.

Artikel 6 van het Protocol biedt aan de Commissie de mogelijkheid om deskundigen in te schakelen, en zelf over de te volgen procedure te beslissen. De Commissie heeft alle meldingen van het CVW ontvangen die – kort gezegd – na 31 maart 2017 (12:00) en tot 19 maart 2018 zijn gedaan. Deze meldingen verkeren elk in een andere fase van afhandeling. Daarnaast worden er iedere dag nieuwe aanvragen ingediend bij de Commissie.

Deze situatie vergt een voortvarende aanpak, waarbij tegelijkertijd de vereisten die voortvloeien uit een zorgvuldige besluitvorming niet uit het oog mogen worden verloren. Bij de inrichting van de procedure sluit de Commissie aan bij nadeelcompensatieregelingen voor grote (infrastructurele) projecten die op Rijksniveau zijn vastgesteld: de Verordening Schadeschap luchthaven Schiphol en de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014. Onder beide nadeelcompensatieregelingen is door de overheid ruime ervaring opgedaan met de afhandeling van  grote aantallen  aanvragen om schadevergoeding van burgers, via een laagdrempelige, zorgvuldige procedure waarbij een onafhankelijke en onpartijdige beoordeling van de schade voorop staat en waarbij steeds aan de aanvrager gelegenheid wordt geboden zijn zienswijze te geven. Deze procedures zijn aanvaard in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.  

Zoals gezegd, bevinden de schademeldingen die van het CVW zijn overgenomen zich elk in een andere fase van afhandeling. Dit vergt een flexibele aanpak, waarbij de procedure per aanvraag kan variëren, al naar gelang de fase waarin de aanvraag zich bevindt.  

In een beperkt aantal gevallen  kan de Commissie beslissen zonder onderzoek door een deskundige, bijvoorbeeld omdat in het dossier voldoende gegevens aanwezig zijn om de aanvraag te beoordelen en om een beslissing voor te bereiden. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer de aanvraag kennelijk ongegrond is en er geen schadebegroting nodig is (zie art. 5).

In de meeste gevallen zal onderzoek door een deskundige noodzakelijk zijn, omdat een schadebegroting moet worden opgesteld. Het uitgangspunt voor de afhandeling van aanvragen die voor een vereenvoudigde behandeling in aanmerking komen, is dat één deskundige wordt benoemd, die binnen een korte termijn van twee weken zijn advies kan opstellen. De deskundig kan echter tot de conclusie komen dat een schadeopname niet noodzakelijk is, bijvoorbeeld in situaties waarin reeds een geaccordeerd opnamerapport in het dossier aanwezig is en er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden. 

Aan de aanvrager wordt wel steeds de mogelijkheid geboden om een zienswijze in te dienen, zowel op de benoeming van de persoon van de deskundige, als op het advies van de deskundige. Deze zienswijze kan schriftelijk worden ingediend, maar de aanvrager kan er ook voor kiezen om de zienswijze mondeling naar voren te brengen. De Commissie betrekt de zienswijze bij de beoordeling van de aanvraag. De aanvrager kan vragen om een verlenging van de termijn voor het geven van de zienswijze.

Blijkt tijdens het onderzoek door de deskundige of bij de besluitvorming van de Commissie dat een zorgvuldige voorbereiding van de beslissing op de aanvraag meer tijd vergt, bijvoorbeeld omdat een aanvrager meer tijd nodig heeft voor de zienswijze, of omdat naar aanleiding van de zienswijze van de aanvrager nader onderzoek door een (andere) deskundige nodig is, dan voorziet de procedure daarin. 

Bij aanvragen die niet voor een vereenvoudigde behandeling in aanmerking komen, kan gelijk al worden gekozen voor de benoeming van meerdere deskundigen, wanneer de beoordeling van de aanvraag dit noodzakelijk maakt. De voorlopige werkwijze voorziet in een ruimere termijn voor het uitbrengen van het  deskundigenadvies. De in artikel 7 genoemde termijnen voor het uitbrengen van het advies zijn uiterste termijnen, die in uitzonderingsgevallen nodig kunnen blijken te zijn, voor het onderzoek in complexe gevallen. In de meeste gevallen zal de deskundige eerder kunnen adviseren. 

Het voordeel van deze voorlopige werkwijze is dat ervaring kan worden opgedaan met de afwikkeling  van aanvragen volgens het nieuwe bestuursrechtelijke besluit-model, terwijl de uitvoering in de steigers wordt gezet. Enerzijds wordt de afhandeling van schade voortvarend ter hand wordt genomen, anderzijds wordt een zorgvuldige, laagdrempelige procedure gewaarborgd, waarbij het uitgangspunt is dat de schade door een onafhankelijke deskundige wordt beoordeeld.  Met de ervaringen die met de voorlopige werkwijze worden opgedaan, kan rekening worden gehouden bij de inrichting van de definitieve werkwijze.

 

Artikelen

Artikel 1

Het artikel gaat ervan uit dat het in behandeling nemen van de aanvraag niet met formele voorschriften wordt omkleed en dat na het in behandeling  nemen (waarvan de aanvrager bij brief de bevestiging ontvangt) de contacten informeel zijn. 

Artikel 1 lid 3 betreft gegevens die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag. Deze bepaling is relevant voor de schademeldingen die vanaf 31 maart 2017 (12:00) zijn voorgelegd aan het CVW. Deze schademeldingen worden van rechtswege aangemerkt als een aanvraag op grond van het Besluit, terwijl geen aanvraagformulier is ingediend. Wanneer er gegevens ontbreken die wel noodzakelijk zijn voor de beslissing op de aanvraag, wordt aan de aanvrager de gelegenheid geboden om de aanvraag binnen een door de Commissie gestelde (redelijke) termijn aan te vullen (vgl. art. 4:2 jo art. 4:5 Awb). Het moet gaan om gegevens en stukken waarover de aanvrager redelijkerwijs kan beschikken.

Het derde lid is komt overeen met art. 4:2 Awb. Deze bepaling is nodig, omdat tijdens de behandeling van de aanvraag kan blijken dat aanvullende gegevens of bescheiden nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag. De Commissie verzoekt de aanvrager de benodigde ontbrekende gegevens en stukken aan te leveren.

 

Artikel 2

De aanvrager krijgt een zaakbegeleider toegewezen, die voor de aanvrager de contactpersoon is binnen de organisatie van de Commissie (zie art. 4 lid 1 Protocol). De zaakbegeleider verschaft desgewenst extra uitleg en informatie aan de aanvrager. 

De aanvrager kan ook al eerder, voordat hij een zaakbegeleider krijgt toegewezen, bellen om hulp  te vragen bij het invullen van het aanvraagformulier. Om deze reden acht de Commissie het in beginsel niet noodzakelijk dat de aanvrager juridische of deskundige bijstand inschakelt voor het indienen van een aanvraag.

Dit komt overeen met de rechtspraak over op dit punt vergelijkbare regelingen, waar ervan wordt uit gegaan dat de kosten die de aanvrager met betrekking tot de indiening van de aanvraag heeft gemaakt in de regel niet voor vergoeding in aanmerking komen. De aanvrager kan immers weten dat het bestuursorgaan (in dit geval de Commissie), verplicht is advies te vragen aan een onafhankelijke deskundige. Daarom wordt het in de rechtspraak niet redelijk geacht dat de aanvrager, zonder dat advies af te wachten, een eigen adviseur inschakelt.  

 

Artikel 3 

Uitgangspunt is dat aan de aanvrager op ruimhartige en coulante wijze de gelegenheid wordt geboden om, desgewenst met behulp van een zaakbegeleider, de aanvraag in te vullen en zo nodig de ontbrekende gegevens aan te vullen.

 

Artikel 4  

De aanwijzing van de deskundige geschiedt met betrokkenheid van de aanvrager. Hij kan bezwaren tegen de deskundige inbrengen, bijvoorbeeld omdat deze niet voldoet aan de kwaliteitseisen die de commissie stelt, of naar de mening van de aanvrager niet voldoet aan de eisen van onpartijdigheid en onafhankelijkheid.  Uiteindelijk beslist de Commissie over de aanwijzing van de deskundige omdat een geschil over de deskundige de procedure ernstig kan vertragen.

De grote aantallen meldingen die van het CVW zijn overgenomen, vragen een ruime termijn voor het benoemen van deskundigen. Enerzijds wil de Commissie de afhandeling van de schades voortvarend ter hand nemen, maar anderzijds wil de Commissie ook een onafhankelijke en zorgvuldige beoordeling van de aanvragen waarborgen. Gelet op de beperkte beschikbaarheid van deskundigen die aan de door de Commissie gestelde kwaliteitseisen voldoen, vergt deze stap enkele maanden tijd.

 

Artikel 5

Wanneer het dossier voldoende gegevens bevat om de aanvraag te beoordelen, kan de Commissie besluiten om zonder deskundigenonderzoek de beschikking voor te bereiden. Het gaat bijvoorbeeld om aanvragen die louter niet-vermogensschade betreffen of aanvragen die schade betreffen die beweerdelijk is veroorzaakt door mijnbouw in Limburg,  Deze aanvragen worden zonder deskundigenonderzoek afgewezen.

 

Artikel 6

Om snel met de schadeafhandeling te kunnen beginnen zijn met het NIVRE afspraken gemaakt over de inzet van deskundigen. Het NIVRE heeft ervaring met de afwikkeling van grote schades. Op deze ervaring kan op korte termijn een beroep worden gedaan.   

 

Artikel7

Artikel 7 bevat de procedure en werkwijze van deskundigen in gevallen waarin een zorgvuldige beoordeling van een schade uitgebreid onderzoek vereist. In die gevallen kan de Commissie één of meerdere deskundigen benoemen en is in sommige gevallen meer tijd nodig voor het opstellen van een advies.

Opgemerkt wordt dat deze voorlopige werkwijze als bedoeld in art. 13 Besluit uitsluitend ziet op gevallen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg. De beantwoording van deze causaliteitsvraag vergt derhalve geen diepgaand onderzoek.

Niettemin kan het zijn dat de beantwoording van de andere vragen die zijn genoemd in artikel 7, tweede lid, een uitgebreider onderzoek rechtvaardigen, bijvoorbeeld naar de omvang van de schade of vervolgschade. Het kan ook zijn dat de inzet van een of meerdere deskundigen met een bijzondere expertise noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen, bijvoorbeeld in gevallen van schade aan een monument.

De termijnen voor het uitbrengen van het advies in die gevallen, waarin het deskundigenonderzoek complex en tijdrovend is, of waarin meerdere deskundigen moeten worden ingeschakeld, zijn gebaseerd op de gebruikelijke termijnen in de nadeelcompensatieregelingen van de Verordening Schadeschap luchthaven Schiphol en Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014. In beide gevallen (Schadeschap en IenM) heeft de overheid ervaring opgedaan met besluiten op  grote aantallen, complexe aanvragen om schadevergoeding. Deze termijnen zijn geaccepteerd in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak als een redelijke termijn en zijn gebruikelijk voor beslissingen op aanvragen om schadevergoeding waarbij een deskundige wordt ingeschakeld.

De Commissie wil de afhandeling van schade voortvarend aanpakken, maar voor de afhandeling van de grote aantallen schademeldingen die zijn overgenomen van het CVW, via een zorgvuldige en onafhankelijke procedure die ook gelegenheid biedt voor de aanvrager om zienswijzen te geven, is tijd nodig.

Opgemerkt wordt, dat de adviestermijnen uiterste termijnen zijn. De deskundige kan, zo redelijkerwijs mogelijk, eerder het advies uitbrengen.

Het advies wordt toegezonden aan de Commissie, die de aanvrager in de gelegenheid stelt een zienswijze te geven. De aanvrager kan de zienswijze schriftelijk geven maar kan er ook voor kiezen de zienswijze mondeling bij de zaakbegeleider naar voren te brengen.

Wanneer de deskundige in het advies tot de conclusie komt dat er geen sprake is van een causaal verband, kan de Commissie een andere deskundige om een tweede advies vragen. Dit betekent dat de aanvrager geen kosten hoeft te maken om zelf een second-opinion vast te laten stellen.

 

Artikel 8

In dit artikel is aangegeven welke aanvragen via een vereenvoudigde afhandeling kunnen worden afgedaan.  Tijdens de schadeopname kan blijken dat de schade toch meer bedraagt dan aanvankelijk door de aanvrager ingeschat of dat oudere schades de begroting compliceren. Om te voorkomen dat dan weer de afwikkeling zou moeten worden stopgezet, kan de Commissie beslissen om het deskundigenonderzoek uit te breiden.

 

Artikel 9

Lid  1 en 2: de beslistermijnen variëren, afhankelijk van de vraag of deskundigen onderzoek hebben verricht of niet. De termijnen zijn gebaseerd op de gebruikelijke termijnen in de nadeelcompensatieregelingen van de Verordening Schadeschap luchthaven Schiphol en Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014. In beide gevallen (Schadeschap en IenM) gaat het beslissingen over grote aantallen aanvragen om schadevergoeding. De genoemde termijnen hebben nooit ter discussie gestaan in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en kunnen worden beschouwd als een redelijke termijn voor beslissingen op aanvragen om schadevergoeding waarbij een deskundige wordt ingeschakeld. Hoewel de aard van de schade anders is, zijn er bij de afhandeling van schadeclaims ten gevolge van de gaswinning in Groningen complexe elementen die een ruime beslistermijn noodzakelijk maken.

Lid 3 t/m 5: Tijdens de besluitvorming kan blijken dat nader onderzoek noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat de zienswijze van de aanvrager tot twijfel leidt over de juistheid en/of volledigheid van het deskundigenadvies. Voor deze gevallen voorziet deze werkwijze in de mogelijkheid van het vragen van een tweede advies.

Lid 6:  Het protocol voorziet in de mogelijkheid dat de toe te kennen schadevergoeding op verzoek van de aanvrager rechtstreeks aan de aannemer wordt betaald. Daarmee wordt de aanvrager “ontzorgd”.

Het besluit van de ministers voorziet in de mogelijkheid van een bouwkundige opname indien de aanvrager dat wil. Het kan evenwel voor nieuwe schades ook wenselijk zijn dat een bouwkundige opname wordt uitgevoerd. In deze bepaling is opgenomen dat het primair de Commissie is die beslist over de opportuniteit van een bouwkundige opname.

Zoals hiervoor toegelicht zal bij deze schades niet de voorwaarde van cessie van de vordering worden gesteld.

De Commissie stelt de vergoeding voor bijkomende kosten vast, overeenkomstig bijlage 2, behorende artikel 7 lid 4 van het protocol.

 

Artikel 10

Dit artikel geeft het tijdelijke karakter van de voorlopige werkwijze aan, namelijk tot de inwerkingtreding van de volledige werkwijze. Om te voorkomen dat lopende schadeafhandelingen op dat moment “van spoor moeten wisselen”, kunnen deze schades volgens deze voorlopige werkwijze worden afgewikkeld.

 

Groningen, 17 april 2018